woensdag 20 december 2017

Winterwonderland, het kind en de kat met het ontplofte oog





De weinige magische winterdagen verdienen het om vastgelegd te worden. Inmiddels bijna een jaar geleden, het begin van dit jaar, 17-01-'17. Van die dagen waarop je gewoon niet binnen kunt blijven, het is te mooi buiten. Deze foto's opgeslagen in een mapje, zoals zoveel, ineens een aanleiding om ze te gebruiken. Afgelopen vrijdag stappen Pepijn en ik de deur uit en zien onze poes zitten, met ontploft oog. Een vreselijk naar gezicht, het moet ontzettend pijnlijk zijn geweest, ernaar kijken deed al pijn. Gelukkig kon de dierenarts direct tijd vrijmaken en haar oog verwijderen. Het herstel gaat goed, inmiddels zijn de hechtingen verwijderd en mag haar kapje bijna af. Ze ligt en loopt vrijwel de hele dag te spinnen. Mijn maag draaide zich tien keer om toen we haar zagen zitten met haar ontplofte oog, Pepijn in tranen, ik hield me groot, slikte de tranen in. "Het komt wel goed", hem en mezelf proberen te overtuigen. Arme Ushi, ons kleine zwarte poezebeestje.





Als je ons huis uitstapt, de straat uitloopt, de bocht om, kom je bij wat wij het schelpenpaadje noemen. Langs het water, over het bruggetje, middenin de natuur. Zodra ze kan loopt poes gezellig mee. Ze doet haar best om Annabel bij te houden, wat niet makkelijk is, ons kleine dametje rent meer dan ze loopt. Af en toe stopt Bella even en blijft geduldig op poes wachten, geeft haar een aai over haar bol om vervolgens weer snel vooruit te rennen. Ik hou mijn pas wat in om het van een afstandje te bewonderen, wat mij ook de kans geeft foto's te maken. Ik laat het zoals het is, ik zal nooit vragen of ze even wil blijven staan of mijn kant op wil kijken, ik volg en probeer de momenten te pakken precies zoals ze zijn. Geen geforceerde geposeerde foto's waar ik altijd zo'n naar gevoel bij krijg, het moet echt zijn en anders maar geen foto's. Ze zijn een herinnering aan deze bijzonder mooie winterdag. We zijn samen, met zijn tweetjes en poes. Naast papa en haar grote broer leg ik het zelfs af tegen poes, alweer eentje die meer aandacht van haar krijgt dan ik. Liefde genoeg, minder aandacht maar de onverwachte zoenen met haar armpjes om mijn nek en een "Ik hou van je, mama" zijn het mooiste wat ze me kan geven. Mij hoor je niet klagen.









We hebben geen last van de kou en genieten volop van dit sprookjesachtige winterwonderland. Zoals zo vaak lijkt het alsof we alleen op de wereld zijn, we komen niemand tegen. Poes schrikt nergens van en blijft bij ons, soms staat ze stil, kijkend naar Annabel en af en toe rent ze een stukje mee achter haar aan. We lopen langs het water over het pad waar de struiken elkaar raken boven ons hoofd als een witte poort. Ik hou zo van de winter op dit soort dagen, grillig, grauw. Alles is zo mooi met een dun laagje wit. Rode neuzen en wangen, onze adem die in wolkjes onze monden verlaten, het hoort er allemaal bij. Ik sta stil en adem diep de frisse lucht in, voel de kou van binnen en blijf toch warm, mijn hart maakt altijd kleine sprongetjes als ik geniet en mijn versnelde hartslag houdt me warm. Zelfs nu, bijna een jaar later, weet ik alles nog precies, de foto's brengen me meteen weer terug. Ik zou vaker mijn camera of telefoon moeten meenemen, om nog meer mooie dagen vast te leggen.









Aan Annabel haar haren kun je zien dat er weer wat tijd verstreken is, inmiddels zijn ze een stukje langer, net als zijzelf. Het gaat minder snel dan bij Pepijn, hij was zomaar ineens groot, had haast, zij geniet langer van het klein zijn. Ik noem haar mijn grote meid, ze hoort het zo graag, maar ze is mijn kleine meisje. Ik moet nog steeds wennen nu ze naar school gaat, misschien went het nooit. Ik mis alles aan de tijd dat ze klein waren en zou ook niet meer terug willen. "Het kan nog", de woorden van een moeder op school tijdens de koffie- en theepauze waar wij assisteerden bij het Sinterklaas feest. "Ja", zeg ik maar ik weet dat het niet zo is. Om nou over de koffietafel te roepen dat ik Pepijn zijn geboorte op het nippertje overleefde de zwangerschap en geboorte van Annabel eigenlijk al een flink risico was en het me ten strengste is afgeraden het nog een derde keer te doen voelt niet goed. Ik geniet van de jolige stemming die er heerst dus ik lieg een beetje. Hoewel ik af en toe wel in een foto of filmpje zou willen duiken van toen ze klein(er) waren zou ik het ook niet nog een keer helemaal opnieuw willen doen. Het gaat zoals het moet en zo is het goed.



Na de witte poort van struiken komen we bij het mooiste stukje, het Nannewiid. Genoeg water in Friesland en hoe dun het ijs ook is, er wordt geschaatst. Het is een indrukwekkend geluid wat ik nergens anders mee kan vergelijken, het ijs zingt zodra de schaatsen eroverheen glijden, het geluid komt van alle kanten en hoe mooi ook, het geeft ook aan dat het niet zo dik is. Ik weet nu dat er de volgende dag een paar mannen door het ijs zakken, geen nood, nergens is het diep. Wel koud. Ik loop die dag met een vloggende Pepijn en zijn camera op het strandje. Hij kan zijn lol niet op als er ineens achtereenvolgend een politieauto, ambulance en brandweerwagen parkeren vlakbij ons. Terwijl Pepijn alles filmt weet ik weer waarom ik dat vloggen toch zo stom vind, het ziet er niet uit, ik kan er niet aan wennen. Een brandweerman loopt via het strandje naar het water en wil een stap zetten op het ijs wat direct breekt. Hij kijkt mij aan en ik hem, ik snap waarom zij hier zijn, al heb ik dan nog niet de bevestiging. Van een reddingsactie is geen sprake, helaas voor mijn vloggende zoon valt er voor hem niets te filmen. De schaatsende mannen hebben de doorgezakte mannen al snel uit het gat in het ijs getrokken. Thuis aangekomen lees en zie ik weer de belachelijk voorspelbare kracht van Facebook. Het nieuws van de mannen die door het ijs zakten in Friesland, de reacties die daarop volgen. Kritiek, commentaar, sukkels is de meest nette verwijzing die voorbij komt. Niemand die weet dat die mannen hoogstens tot hun bovenbenen in het water kunnen staan, samen waren en jarenlang ervaring hebben. Ik lees zelfs reacties van mensen uit het dorp en vraag me af wat hen bezielt de mannen belachelijk te maken die waarschijnlijk een paar fantastische dagen schaatsend hebben beleefd, zelfs met nat pak. Wie zal er later met meer plezier terugkijken op zijn leven, de mensen die binnen blijven en reacties op Facebook plaatsen op gebeurtenissen die hun eigenlijk geen hol aangaan of de mensen, deze mannen, die hun kans pakten, op de mooie zonnige koude dagen van het jaar die nog maar sporadisch voorkomen met risico dat ze door het ijs konden zakken. Ik prijs me in elk geval gelukkig tot de laatste categorie mensen te behoren. Genieten tot je erbij neervalt. Of zakt.




Een beetje ronddwalen, blokje om, frisse neus halen en dan snel weer naar ons warme huis. Ik ga het missen, deze prachtige omgeving, wat dat betreft zou ik graag willen blijven. Ons huis staat te koop, er was/is interesse maar nog niets concreets waar wij op in zijn gegaan. Ik twijfel, wil ik eigenlijk wel verhuizen. Er zijn voors en tegens en ik kan niet zo goed bepalen welke het zwaarst wegen, het is ook onmogelijk om vooraf in te schatten hoe de volgende stap zal verlopen, of het minstens zo goed zal bevallen als waar we nu wonen. De mensen in onze straat vinden het jammer, zij zien ons niet graag vertrekken, wat heel fijn is om te horen. De mannen van ons gezin kunnen niet wachten, zij hebben zin in de nieuwe stap, Annabel vindt alles prima "Als papa en Pepijn en mijn spulletjes en mijn skateboard maar mee gaan", somt ze op terwijl ze haar kleine vingertjes er een voor een bij opsteekt. Ik ga ook mee. Al heb ik er iets meer moeite mee om dit plekje achter te laten. Misschien bepaalt het lot anders, verkopen we niet en blijven we lekker waar we zitten. Bijna een nieuw jaar, een heel nieuw jaar. Met een nieuw huis? Wie weet...